Het Lezerscollectief CSVO

Het Lezerscollectief wil zich duidelijk positioneren als een autonome organisatie. Zij is een collectief van LEZERS, geen leesorganisatie. Zij is tegelijkertijd van niemand én van iedereen.

Van niemand: geen beleidsdomein, geen sponsor, geen organisatie beheert de werking van het Lezerscollectief.

Van iedereen: elke lezer die aansluit, elke organisatie die de leesrevolutie mee mogelijk maakt, elke instelling die investeert in de opleiding van nieuwe leesbegeleiders, elk (lokaal) bestuur dat een samenwerking opzet… Verantwoordelijkheid ligt bij niemand én bij iedereen. Wie meedoet neemt ze op en bekijkt ook zelf hoe vanuit de samenwerking met het Lezerscollectief het doel wordt bereikt. Grotere samenwerkingen worden gemonitord en bijgestuurd. Co-creatie met belangrijke partners is wezenlijk voor het Lezerscollectief; het geïntegreerd letterenbeleid, gecoördineerd door het Vlaams Fonds voor de Letteren, een belangrijke hefboom.

Het Lezerscollectief hecht veel belang aan participatie. De coöperanten bepalen mee de koers van de organisatie. Het collectief streeft geen winst na en er is geen financieel winstvoordeel voor de vennoten. De coöperatieve structuur moet ook waarborgen dat het om een collectief van lezers gaat, een autonome organisatie die van niemand (in het bijzonder) is.

Verantwoordelijkheid ligt bij niemand én bij iedereen. Wie meedoet neemt ze op en bekijkt ook zelf hoe vanuit de samenwerking met het Lezerscollectief het doel wordt bereikt. Grotere samenwerkingen worden gemonitord en bijgestuurd.

Coöperatie en co-creatie

“Co-operatives are a reminder to the international community that it is possible to pursue both economic viability and social responsibility.”
– Ban Ki-moon, UN Secretary General

Coöperatief ondernemen vertrekt van gedeelde waarden en is gebaseerd op solidariteit. De vennoten die zich aansluiten bij de visie, missie en kernwaarden van het lezerscollectief voelen zich persoonlijk betrokken bij de ontwikkeling van een maatschappelijk project9. Een droom én een ambitie die zich vertaalt in participatie: ook vennoten met één aandeel (100 euro) hebben een reële stem in het beleid.

Het organisatiemodel van het Lezerscollectief (zie afbeelding blz. 10) vertrekt vanuit een zeer beperkte Raad van Bestuur. Die maakt het mogelijk om de dagelijkse werking snel en efficiënt aan te sturen. De RvB bestaat daartoe uit vennoten die het kerngoed van het Lezerscollectief koesteren, beschermen en implementeren. Bij de opstart gaat het om de drie oprichters-vennoten. Als vennoot hebben ze geen specifieke rechten.

Inhoudelijk laat de Raad van Bestuur zich inspireren door een grotere groep ‘Wijzen’ die inhoudelijke feedback geven, expertise aanreiken en beleidsaanbevelingen doen. Deze groep, bestaande uit experten, komt minimaal vier keer per jaar samen.

De Raad van Bestuur legt verantwoording af aan de coöperanten (vennoten) via de Algemene Vergadering.

Infographic van ons organisatiemodel.

Infographic van ons organisatiemodel.

Doelgroepen: voor iedereen

Alle leesbegeleiders starten leesgroepen. Die groepen worden gevormd binnen een bepaalde context. We bereiken daardoor verschillende doelgroepen:

  • bewoners van woon- en zorgcentra
  • gevangenen
  • mensen met psychische problemen
  • probleemjongeren
  • kinderen en jongeren in onderwijsinstellingen binnen een informele leercontext
  • mensen in bibliotheken als ontmoetingsplek
  • nieuwkomers met beperkte kennis van het Nederlands
  • studenten lerarenopleiding
  • lezers in verzorgingscontext

Naast gerichte doelgroepen richten we ook leesgroepen in die voor iedereen toegankelijk zijn.

Een eigen opbrengstmodel

Het is ondenkbaar om TRO’s succesvol model zomaar te kopiëren: we moeten zoeken hoe we, vanuit de eigen mogelijkheden en context:

  • kunnenaansluitenbijdeleesrevolutieindeopenheidenprofessionaliteit van het TRO voorbeeld;
  • aansluiting kunnen zoeken bij onderzoek, geïntegreerd letterenbeleid en maatschappelijk debat in Vlaanderen;
  • hetmodelvan‘sharedreading’kunnengebruikenenverderverfijnen;
  • kwaliteit kunnen bewaken en een kwaliteitsvol netwerk kunnen uitbouwen

We onderscheiden drie groepen.

Opleiders: Hebben de meest intensieve training van TRO gekregen en worden ook intensief opgevolgd. Elke opleider houdt ook voeling met de praktijk. Niet alleen door groepen te bezoeken, maar ook tenminste 1 groep wekelijks zelf te begeleiden. De expertise van de verschillende opleiders is verschillend: elke opleider werkt in een andere context, met een verschillend doelpubliek.

Leesbegeleiders in werkcontext: blijven op post (onderwijs, welzijn, justitie, gezondheid, cultuur…) maar krijgen een mandaat binnen hun eigen organisatie om een (of meer) leesgroep(en) volgens het shared reading principe toe te passen. De organisatie betaalt voor training en opvolging van het personeelslid. Die kost bedraagt 1.800 euro pp/jaar.

Leesbegeleiders als vrijwilliger: leesgroepbegeleider, los van een werkcontext, onbezoldigd in ruil voor kostenloos netwerk, coaching, leerproces. Het vormingspakket wordt aangeboden en betaald door anderen. Elke vrijwilliger kost 1.200 euro pp/jaar.