Zaterdagmorgen 10.00 sta ik bij het psychiatrisch ziekenhuis in Zelzate, een modern gebouw, met fraaie bomen en een mooie binnentuin. Tot in de jaren ’90 was er alleen plaats voor mannen; nu verblijven er ook enkele vrouwen. Ik bezoek hier de leesgroep onder leiding van Erika. Hoewel de bewoners door hun ziekte en medicijnen moeite hebben om zich te concentreren, lezen ze hier toch, al sinds december 2015.

Ik ga naar binnen met Erika. In de koffieruimte praat ik eerst met haar door over haar motieven en ervaringen. De combinatie van literatuur en samen lezen, gekoppeld aan een sociaal engagement voor laaggeletterden is voor haar belangrijk: haar leesgroep doet ze met hart en ziel. Het personeel steunde aanvankelijk het initiatief niet zo, maar r ook dat is veranderd.

Ze hebben reeds diverse kortverhalen gelezen en zijn bezig met de roman Het Kleine Meisje van Meneer Linh (2005) van Philippe Claudel (1962). Ze lezen elke leesactiviteit  enkele fragmenten uit de roman.

We gaan naar één van de ontmoetingsruimtes. Hier zitten al een paar deelnemers te wachten. Als nieuweling word ik enthousiast onthaald door hen. Peter vertelt me, bijvoorbeeld, dat ze binnenkort een uitstap hebben naar Nederlands Limburg. Erika begint de leeskring met de vraag waar ze in de roman gebleven zijn. Het gaat over meneer Linh en meneer Bark, zo weten ze te vertellen. Meneer Linh is op de vlucht, voor oorlog. Dan beginnen ze te lezen. Meneer Linh, zijn kleindochtertje  Sang diû, en meneer Bark op stap gaan naar de haven. De stevige meneer Bark en de kleine meneer Linh trekken de aandacht onderweg. De haven met haar geuren van vis, algen, zout en pek roept bij de deelnemers ook herinneringen op aan geuren van vroeger: verschillende denken aan tabaksgeuren en anderen aan etenswaren. We lezen verder.

Meneer Linh laat een verkleurde foto laat zien van vroeger, van zijn vaderland waarop hij en zijn vrouw te zien zijn, nog jong en strak kijkend. Dit doet de lezers denken aan vroeger: ook hun familiefoto’s waren nog plechtig en stijfjes. Bij Bark roept deze foto herinneringen op aan de tijd dat hij in dat land een vuile strijd streed. Het raakt hem diep: hij ziet er uit als een ‘schip vernield door een zware storm’. De herinneringen zijn voor Linh en Bark beiden ‘onverdraaglijk’ en ‘verschrikkelijk’. Marc vraagt zich af of de beide mannen nog wel vrienden kunnen zijn, nu Bark heeft gevochten in Linhs land en er verschrikkelijke dingen heeft gedaan. Sang diû, het kleindochtertje, is volgens een ander degene die hen verbindt. We komen aan het einde van het fragment en van de bijeenkomst. Marcus heeft steeds geslapen: door zijn nieuwe medicijnen slaapt hij ’s nachts maar heel kort, hij is al wakker vanaf 2.00.

Ik reflecteer met Erika achteraf over de leesgroep. Het personeel maakte onlangs wel een mooi compliment. Iemand vroeg aan Erika wat ze aan het lezen waren, want het maakt nogal reacties los bij de deelnemers. De besprekingen gaan veelal over de plot van het verhaal: Erika vraagt hen naar de verhaallijn, maar ook naar associaties die de tekst oproepen. Tijdens de besprekingen zijn sommigen vlot en geanimeerd, terwijl anderen stil aanwezig zijn. Daarbij heeft ieder zo zijn eigen patroon. Eén iemand loopt altijd even weg om de was te doen. Een ander luistert alleen en heeft geen behoefte aan de geprinte tekst.

De deelnemers zelf zijn veranderd. Toen Erika begon te lezen, vond iedereen altijd alles mooi vonden. Nu beginnen ze de tekst kritisch te benaderen. Ze vragen zich regelmatig af waarom de schrijver bepaalde zinnen opschrijft. Mooi om te merken dat zowel bij de lezers als bij het personeel dingen in beweging komen…

(JAN VAN DEN BRINK)