“Het was een hallucinante ervaring om deze “nieuwe” sprookjes te lezen. Alsof de westerse cultuurgeschiedenis wordt herverteld, maar dan met granaatappelen, met maniok en vulkaanbergen als decor. De daaraan verbonden conclusies moet iedereen zelf maar trekken – ik hoop in elk geval dat elke Belgische, elke Nederlandse lezer deze sprookjes mag leren kennen.”

Ramsey Nasr over het boek Wreed schoon, Marita De Sterck. Uitgeverij Polis, 2017

SAMEN LEZEN- WREED SAMEN

Een zonnige winterochtend half maart. De lucht zwanger van de lente: heldere, frisse lucht, vogels en schapen op de velden rondom de Kluizenarij in Affligem.

Blije leesbegeleiders ook want vandaag mogen ze weer een dag genieten van samen lezen, deze keer in de vorm van een netwerkdag met Marita de Sterck. We komen samen rond een nieuw boek van Marita: Wreed schoon. Volkssprookjes op reis. In dit boek tekende Marita de Sterck levende verhalen op zoals ze vandaag nog verteld worden in de woonkamers van de vele verschillende culturen die Vlaanderen ondertussen rijk is.

Vooraleer Marita ons over dit project vertelt – wat ze op een onnavolgbare enthousiasmerende manier doet – lezen we in twee groepen een verhaal uit de bundel. Vooral de leesgroep rond een verhaal uit Burundi blijft lang na afloop hangen. Waarom dan wel? Omdat niet alleen het verhaal wreed schoon was, maar ook en misschien vooral omdat het gesprek errond wreed tof bleek.

Het verhaal De man van haar dromen[1] is een van Marita’s lievelingsverhalen uit de bundel. Ze was dan ook benieuwd hoe het verhaal ‘het zou doen’ in een samen lezen-sessie. Met een achttal vrouwen – waaronder Marita – trokken we naar een rustige en zonnige ruimte in de Kluizenarij. Gezeten aan een ronde tafel, met wat kachelwarmte om de kilte uit de ruimte te verdrijven, begonnen we aan het verhaal. De beginzin deed een klassiek sprookje vermoeden: ‘Er was eens een mooie jonge vrouw die dag en nacht van liefde droomde. Maar een echtgenoot of geliefde had ze nog niet.’ Als leesbegeleider merkte ik hoe verrast de vrouwen waren toen bleek dat deze jonge vrouw – die afwijzend stond tegenover veel jonge mannen – zich volledig overgaf aan een nachtelijke, geheime minnaar en nadien nog maagd bleek te zijn. Toen ik halt hield na de zin ‘Blonk ze nog meer dan anders? Wat als iedereen aan haar kon zien dat ze de liefde bedreven had?’ ontspon het gesprek zich onmiddellijk. Een vraag van mijn kant was overbodig aangezien de aanwezige vrouwen elkaar zelf voldoende vragen stelden: Was het een droom? Maar vanwaar dan die gekreukte lakens die de jonge vrouw stiekem uitwaste? Realiteit en fantasie leken probleemloos in elkaar over te vloeien. En wat dan nog als het slechts een droom was? Kunnen dromen verlangens vervullen? Je (fysiek) veranderen? Waarom hield de jonge vrouw het nachtelijk bezoek geheim? En waw, sommigen hadden zelf wel zo’n (droom)man op bezoek willen krijgen! Gegrinnik alom, maar ook wat verbazing over de onverschrokkenheid van die jonge vrouw die duidelijk wist wat ze wou,  ‘een slimme en knappe geliefde met lieve ogen, een zachte mond, stevige schouders en warme handen.’ Vooral de zinnen ‘Nooit eerder had iemand haar van tot teen zo beroerd. Ze gaf zich over.’ werden eruit gelicht als ‘sterk’.

De deelnemers wilden verder lezen. Zoveel was duidelijk.

Het verhaal nam alweer een verrassende wending. Niet omdat ‘de nachtelijke bezoeken mannen van heinde en ver aan[trokken], maar omdat de ouders van het meisje – duidelijk geboren in een Afrikaanse, landelijke omgeving – akkoord gingen met een van de jonge vrijers die zei dat hij geen besneden meisje wou. Bovendien was het ‘een knappe man die niet lomp, niet dom, niet snoeverig was. Hij kon zijn ogen niet afhouden van de jonge vrouw.’

We pauzeren nogmaals, want hier viel toch veel over te zeggen. Allemaal vonden we de reactie van de ouders en de jongeman fantastisch. Je moet wel sterk zijn om tegen je eigen gemeenschap en de daar geldende normen en waarden in te gaan. Niet gemakkelijk. Wat zou een man van dit verhaal vinden vroeg een van de lezers zich op een bepaald moment af. Ze miste – zo zei ze- het mannelijk perspectief in dit verhaal, wat vele anderen tegenspraken. Hilariteit alom dan ook toen kort na deze interventie de deur van de kamer openging en Dirk Terryn – organisator van de netwerkdag – kwam kijken ‘of we bijna klaar waren’? Wat een vraag, neen, we waren zeker nog niet uitgepraat. Onder gegiechel sloot Dirk de deur en gunde ons nog wat tijd.

Tijd voor het laatste stukje van het verhaal waarbij naar mijn aanvoelen iets héél moois gebeurde nadat een van de lezers zei dat ‘een vrouw toch recht heeft op iets ‘van haar alleen’, op een geheime plek in haar hoofd, want de jonge vrouw uit het verhaal trouwde dan wel met de jonge aanbidder, het was pas nadat ze een kind van hem kreeg dat ze niet meer verlangde naar haar nachtelijke, ideale minnaar… Een andere vrouw vond dit maar raar – met je partner deel je toch alles? Ook je fantasieën? Mmm, velen onder ons dachten daar anders over, maar geen enkele keer werd een idee weggelachen, als ‘vreemd’ bestempeld… Neen, in een bijzonder intieme sfeer verkenden we elkaars ideeën en die man… die misten we even helemaal niet.

Silvie Vanoosthuyze. Leesbegeleider Odisee, campus Brussel

Graag verwijzen wij ook naar de boeiende expo bij het boek. Een uitstap meer dan waard… http://www.permeke.org/wreedschoon/expo

[1] Marita de Sterck & Jonas Thys (ill.) (2017). Wreed schoon. Volkssprookjes op reis. Kalmthout: Polis, pp. 316-319.