WAT HEBBEN OREWOET EN READING SUFFERING MET ELKAAR GEMEEN? EMY KOOPMAN METER VAN HET LEZERSCOLLECTIEF

Wie is Emy Koopman?

Wie je bent, dat lijkt me voor iedereen een moeilijk te beantwoorden vraag, tenzij je terugvalt op je beroep. Ik houd wel van het idee van Aristoteles dat uit je daden blijkt wie je bent: je bent wat je steeds opnieuw doet. In mijn geval is dat: lezen, schrijven, onderzoeken. Het lezen kwam het eerst (volgens mijn moeder was mijn eerste woordje buiten het mama-papa-spectrum ‘biebiekeek’ – bibliotheek), het schrijven volgde zodra ik een basale kennis van het alfabet bezat, dat uitte zich in dierenverhaaltjes vol fouten. ‘Onderzoek’ klinkt wat hoogdravend, maar als je het ziet als nieuwsgierigheid en dingen uitvogelen, dan gaat het samen met alles wat de moeite waard is – zowel schrijven als lezen kan daar niet zonder.

Twee werken van formaat. Met Orewoet publiceer je in 2016 je debuutroman en sta je al op de longlist van de Fintro Literatuurprijs, met Reading Suffering behaal je in 2016 ook Cum Laude je doctoraat…

 De Fintro-nominatie kwam geheel onverwachts, en ook de cum laude zag ik niet aankomen, dat hoor je pas nadat je het proefschrift hebt verdedigd. Het zijn blijken van erkenning die ik zeer waardeer. Zeker de Fintro-nominatie; die geeft me als beginnend schrijver de moed om te blijven schrijven.

In beide boeken spelen rouw en depressie een rol, maar via een roman onderzoek je zoiets natuurlijk op een heel andere manier dan via een onderzoek naar lezersreacties op teksten. In een proefschrift probeer je algemeen geldige uitspraken te kunnen doen, wetmatigheden te vinden, voorlopige antwoorden op onderzoeksvragen te geven. In een roman probeer je via personages ook grotere, algemenere gevoelens te bekijken, maar zonder enige wetenschappelijke pretentie en zonder expliciete stellingname.

Wie Reading Suffering leest, heeft daarna een idee waarom we droevige boeken lezen en wat literatuur kan doen voor empathie. Met wie Orewoet leest kunnen vele dingen gebeuren – dat is van tevoren moeilijk te voorspellen, zelfs met kennis van lezersreacties. Waarschijnlijk zullen eenzame tieners, babyboomers en moeders van moeilijke pubers zich er meer in herkennen dan andere lezers. Al is herkenning niet noodzakelijk voor een waardevolle leeservaring. Orewoet beantwoordt geen vragen, maar ik hoop wel dat bij het lezen invoelbaar wordt dat de grenzen tussen waanzin en verliefdheid en waanzin en normaliteit vloeibaar zijn en dat lezers gaan nadenken over hun eigen neiging om anderen te romantiseren.

Dank om het meterschap op je te nemen. Wat boeit jou in wat Het Lezerscollectief doet?

Het Lezerscollectief is een geweldig initiatief. Het brengt mensen op een laagdrempelige manier in contact met literatuur en met anderen. Ik mocht een keer meekijken bij de leesgroep van Kristien Van Damme in Dendermonde. Het was mooi om te zien hoe de mensen in die groep aan een kleine passage genoeg hadden om zeer persoonlijke herinneringen te delen, maar hoe ze vervolgens ook weer makkelijk terug te halen waren naar het verhaal. Op die manier vormt een literaire tekst de aanleiding om jezelf en anderen beter te leren kennen. Het biedt daar een kader voor, terwijl je tegelijkertijd prachtige zinnen en goede verhalen hoort. Geen wonder dat het Lezerscollectief zo’n succes is.

OP BEZOEK: SAMEN LEZEN IN ZELZATE

Zaterdagmorgen 10.00 sta ik bij het psychiatrisch ziekenhuis in Zelzate, een modern gebouw, met fraaie bomen en een mooie binnentuin. Tot in de jaren ’90 was er alleen plaats voor mannen; nu verblijven er ook enkele vrouwen. Ik bezoek hier de leesgroep onder leiding van Erika. Hoewel de bewoners door hun ziekte en medicijnen moeite hebben om zich te concentreren, lezen ze hier toch, al sinds december 2015.

Ik ga naar binnen met Erika. In de koffieruimte praat ik eerst met haar door over haar motieven en ervaringen. De combinatie van literatuur en samen lezen, gekoppeld aan een sociaal engagement voor laaggeletterden is voor haar belangrijk: haar leesgroep doet ze met hart en ziel. Het personeel steunde aanvankelijk het initiatief niet zo, maar r ook dat is veranderd.

Ze hebben reeds diverse kortverhalen gelezen en zijn bezig met de roman Het Kleine Meisje van Meneer Linh (2005) van Philippe Claudel (1962). Ze lezen elke leesactiviteit  enkele fragmenten uit de roman.

We gaan naar één van de ontmoetingsruimtes. Hier zitten al een paar deelnemers te wachten. Als nieuweling word ik enthousiast onthaald door hen. Peter vertelt me, bijvoorbeeld, dat ze binnenkort een uitstap hebben naar Nederlands Limburg. Erika begint de leeskring met de vraag waar ze in de roman gebleven zijn. Het gaat over meneer Linh en meneer Bark, zo weten ze te vertellen. Meneer Linh is op de vlucht, voor oorlog. Dan beginnen ze te lezen. Meneer Linh, zijn kleindochtertje  Sang diû, en meneer Bark op stap gaan naar de haven. De stevige meneer Bark en de kleine meneer Linh trekken de aandacht onderweg. De haven met haar geuren van vis, algen, zout en pek roept bij de deelnemers ook herinneringen op aan geuren van vroeger: verschillende denken aan tabaksgeuren en anderen aan etenswaren. We lezen verder.

Meneer Linh laat een verkleurde foto laat zien van vroeger, van zijn vaderland waarop hij en zijn vrouw te zien zijn, nog jong en strak kijkend. Dit doet de lezers denken aan vroeger: ook hun familiefoto’s waren nog plechtig en stijfjes. Bij Bark roept deze foto herinneringen op aan de tijd dat hij in dat land een vuile strijd streed. Het raakt hem diep: hij ziet er uit als een ‘schip vernield door een zware storm’. De herinneringen zijn voor Linh en Bark beiden ‘onverdraaglijk’ en ‘verschrikkelijk’. Marc vraagt zich af of de beide mannen nog wel vrienden kunnen zijn, nu Bark heeft gevochten in Linhs land en er verschrikkelijke dingen heeft gedaan. Sang diû, het kleindochtertje, is volgens een ander degene die hen verbindt. We komen aan het einde van het fragment en van de bijeenkomst. Marcus heeft steeds geslapen: door zijn nieuwe medicijnen slaapt hij ’s nachts maar heel kort, hij is al wakker vanaf 2.00.

Ik reflecteer met Erika achteraf over de leesgroep. Het personeel maakte onlangs wel een mooi compliment. Iemand vroeg aan Erika wat ze aan het lezen waren, want het maakt nogal reacties los bij de deelnemers. De besprekingen gaan veelal over de plot van het verhaal: Erika vraagt hen naar de verhaallijn, maar ook naar associaties die de tekst oproepen. Tijdens de besprekingen zijn sommigen vlot en geanimeerd, terwijl anderen stil aanwezig zijn. Daarbij heeft ieder zo zijn eigen patroon. Eén iemand loopt altijd even weg om de was te doen. Een ander luistert alleen en heeft geen behoefte aan de geprinte tekst.

De deelnemers zelf zijn veranderd. Toen Erika begon te lezen, vond iedereen altijd alles mooi vonden. Nu beginnen ze de tekst kritisch te benaderen. Ze vragen zich regelmatig af waarom de schrijver bepaalde zinnen opschrijft. Mooi om te merken dat zowel bij de lezers als bij het personeel dingen in beweging komen…

(JAN VAN DEN BRINK)

WABLIEFT IN LIVERPOOL. EEN ERVARING DIE BLIJFT HANGEN.

Dinsdag 23/2/2017. Na een treinrit van Liverpool naar Manchester ontmoet ik leesbegeleidster Kate Weston in het station. Vanuit Manchester nemen we nog een trein en een taxi om de vrouwengevangenis Styal te bereiken. De rit erheen geeft ons gelegenheid om al één en ander door te praten. De leesgroep heeft wisselend succes, weet Kate. De afgelopen weken daagden opvallend minder deelnemers op. Een mogelijke oorzaak zijn de ‘permission slips’, briefjes die gevangenen krijgen om te mogen deelnemen aan activiteiten. Die briefjes worden vaak gebruikt als een soort beloning voor goed gedrag. Het omgekeerde gebeurt ook: als gevangenen in problemen raken, krijgen ze geen toestemming om aan activiteiten deel te nemen. De briefjes komen af en toe ook niet terecht, denkt Kate. Vorige week had ze één deelneemster aan de leesgroep. Ze hoopt op een betere opkomst vandaag.

Bij de start van de leesgroep zijn twee deelneemster aanwezig. Zij zijn allebei vaste ‘klanten’. Eén van hen is Samantha, de ene deelneemster van vorige week.

De leesgroep mag een klein lokaaltje gebruiken in een administratief blok van de gevangenis. Niemand van het personeel neemt deel. Begeleidster Kate heeft het kortverhaal ‘The Necklace’ (La Parure) van Guy de Maupassant meegebracht (http://www.eastoftheweb.com/short-stories/UBooks/Neck.shtml). Kate heeft ook koffie, thee, koekjes en druiven mee voor iedereen in de groep. Wanneer Kate enkele regels ver in de tekst is, dagen nog twee deelneemsters op. Zij komen voor het eerst naar de leesgroep en weten niet zo goed wat te verwachten. Later sluit nog een nieuwe deelneemster aan. Hoewel de vrouwen elkaar niet kennen, lijken ze allemaal op hun gemak in de groep. Ook mijn aanwezigheid stoort hen duidelijk niet. Ze praten heel open met elkaar over de tekst en vullen elkaars interpretaties aan. Halfweg de tekst stappen de twee ‘anciens’ van de groep op. Blijkbaar hebben ze hetzelfde verhaal ook al met de voorgangster van Kate gelezen, nu ongeveer een jaar geleden. “We zouden toch alleen maar hetzelfde kunnen zeggen als toen. Dat heeft weinig zin”, leggen ze uit. Met de nieuwelingen leest Kate verder. Ook nu blijft het gesprek op gang. Er komen verschillende inzichten en interpretaties. Die worden Na afloop beloven twee van hen er volgende week ook terug bij te zijn. Dat stemt Kate heel tevreden.

Op de terugweg praat ik na met Kate. Hoe staat zij tegenover de deelneemsters? Kate vertelt dat ze hen als ‘gewone’ mensen bekijkt. Waarom ze daar zijn en voor hoe lang, speelt geen rol. Willen ze er zelf over praten, is dat goed. Willen ze dat niet, ook goed. Door haar open opstelling heeft Kate snel het vertrouwen kunnen winnen van de deelneemsters. Er is niemand van het personeel in de ruimte. Wellicht helpt dat ook om een ontspannen sfeer te creëren. Er is een ‘panic button’ in de kamer, maar die heeft Kate nog nooit hoeven te gebruiken.

Kate is ervan overtuigd dat de leesgroep voor veel deelneemsters een rustpunt is. Door ‘shared reading’ komen ze ook tot inzichten over zichzelf en hun situatie. Dat is niet altijd eenvoudig, soms zelfs behoorlijk emotioneel, maar de ervaring heeft een positief effect op de deelneemsters. Datzelfde zal later ook blijken uit wat ex-gevangene Anne vertelt aan tafel bij The Reader.

Ruud Meert, hoofdredacteur WABLIEFT.

 

SAMEN LEZEN VOOR ANDERSTALIGEN IN ZEMST

Met vijven, 4 vrouwen en 1 man. Een mooie opkomst vind ik zelf. Qua niveau Nederlands redelijk aan elkaar gewaagd. Uit alle deelgemeenten van Zemst zat er iemand aan tafel. Ook verschillende continenten: Europa, Zuid-Amerika en Afrika.

We lazen ‘Een wonderlijk kerstcadeau’ door Ria van Adrichem uit boekje Mag het ietsje meer zijn en twee bijhorende gedichten: ‘Wie is wie’ van Frank Eerhart en  ‘Vreemde stad’ van Toon Hermans. Daarna nog een stukje uit Rodaan Al Galidi,  Hoe ik zin in het leven kreeg, uitgeverij Jurgen Maas, p.55-57.

De  tekst werd goed begrepen en goed gesmaakt. Hij bracht verschillende kleine discussies op gang. O.a. over gastvrijheid in de verschillende landen. Bij het aankondigen van de gedichten, zei iemand: “Dat is grote literatuur,  niets voor mij”; waarop een ander repliceerde “Een gedicht moet je voelen.”

Ook de tekst van Rodaan Al Galidi leverde heel wat gespreksstof op over tijdsbesef en over het concept tijd en afspraak t.o. een onmiddellijke noodzaak bv. iemand hulp bieden. Hoe die perceptie cultureel bepaald is.

De deelnemers waren enthousiast en wilden wel elke 14 dagen een bijeenkomst. Ook het feit dat het overdag was, was een pluspunt voor de twee jonge moeders.

(Ellen Adam)

STUDIEREIS LIVERPOOL: SAMEN LEZEN IN DETENTIE

Het Lezerscollectief organiseerde voor twee partnerorganisaties een werkbezoek aan The Reader rond het thema: Samen Lezen in detentie. Ruud Meert van VOCVO, Thomas Baeckens en Frederik Janssens van de Rode Antraciet, Dirk Terryn en Jan van den Brink reisden af naar Liverpool. Hierbij twee impressies.

Dirk en Jan bezoeken de jeugdgevangenis van Barton Moss. Ze lezen er met een groep van 6 jongens, wekelijks. De jongens komen vrijwillig lezen, ook in hun vakanties. Val Hannan is de leesbegeleidster en twee begeleiders zijn er ook bij. Een begeleider blijft in haar eigen tijd de groep bijwonen. Val heeft het kortverhaal A Cap for Steve van de Canadese schrijver Morley Callagham uitgezocht. De jongeren komen één voor één binnen, met een handdruk: er is een hartelijke sfeer. Ze kiezen een stoel, zetel of één van de zitzakken. Ze zijn tussen de 14 en 17 jaar. Val situeert het verhaal en de auteur kort en begint het hardop te lezen. Tijdens de pauzes reageren de jongens geanimeerd. Een jongen zegt stellig dat de vader de pet van Steve nooit had mogen verkopen. Een ander zegt dat rijk en arm geen rol zou moeten spelen. Weer een ander zegt dat alles een prijs heeft. Val stelt regelmatig een vraag, om door te vragen of de jongens te prikkkelen.

We zien dat het samen lezen van het verhaal voor de jongens belangrijk is. Het raakt hen. De jongens komen levenswijs over: ze weten lastige emoties raak te benoemen en ze gaan thema’s als vader-zoon verhouding niet uit de weg. Dat het wekelijks lezen hen wat lijkt te doen, is ook de ervaring van Val. Ze zegt achteraf dat onze aanwezigheid de jongens wat stiller maakt, dat er anders meer interactie is. De kracht van het samen lezen zit voor haar in de indirectheid: het verhaal biedt de jongens steeds de mogelijkheid in te haken op thema’s uit het verhaal.

Thomas en Frederik bezoeken o.a. het Stafford House, een probatiehuis, waar mensen met een persoonlijkheidsstoornis verblijven. Het is in Engeland een gangbare praktijk dat in een dergelijk huis de proeftijd wordt uitgezeten. Cat Miller is de leesbegeleider en er is een staflid bij. Cat leest het kortverhaal ‘The Birtday Cake’ van de Amerikaan Daniel Lyons. Het verhaal speelt zich af in New York. Er is enige animositeit over de aanwezigheid van Puerto Ricanen en er is de strijd over de ene verjaardagstaart en wie deze mag kopen. 

  What if you slept

  And what if

  In your sleep

  You dreamed

  And what if

  In your dream

  You went to heaven

  And there plucked a strange 

  and beautiful flower

  And what if

  When you awoke

  You had that flower in your hand

  Ah, what then?

 

  Samuel Taylor Coleridge

Na de sessie hebben ze een interessant gesprek met Paul Walker, de manager van het probatie-huis. Hij is bijzonder nuchter en realistisch. De politici hebben het weliswaar vooral over ‘veiligheid’ en ‘rehabilitatie’, maar hij ziet armoede als oorzaak van de criminaliteit. Zolang dit niet aangepakt wordt, verwacht hij geen wezenlijke veranderingen. Echter, hij merkt op dat medemenselijkheid voor hem van het grootste belang is. In het huis vragen ze dan ook niet ‘waar ga je naartoe?’, maar ‘hey, hoe gaat het met jou?’.

Medemenselijkheid is nu juist één van de pijlers van samen lezen. De gevangen als volwaardig mens zien, ieder de ruimte bieden op eigen wijze te reflecteren op een tekst, kan hen in ieder geval het besef van hun mens-zijn teruggeven. Dit blijft inderdaad een voortdurende zoektocht, maar het is de inzet en de ervaring van de samen lezers.

(JAN VAN DEN BRINK)

BESCHUT WONEN EN SAMEN LEZEN IN PERMEKE

De leesgroep in de bibliotheek Permeke van Antwerpen is ontstaan uit een groep bij Beschut Wonen aan de Lange Lozanastraat in Antwerpen. Nu lezen er ook anderen mee en ontmoet men elkaar eens in de twee weken op dinsdagmorgen. Dit geeft een bont gezelschap, onder de bevlogen leiding van Diederik van Woensel.

Eerst wordt het kortverhaal van de Zuid-Amerikaanse schrijfster Isabel Allende ‘Twee Woorden’ gelezen. Diederik begint te lezen en wordt afgewisseld door verschillende anderen. Het is het verhaal van Belisa Crepusculario: hoe zij diepe armoede, honger en droogte overleeft, de kracht van het woord ontdekt en hier haar brood van maakt. Het hardop lezen van de tekst geeft een eigen, directe ervaring. Regelmatig is er een pauze om stil te zijn, maar waarin ook vragen worden besproken over de achtergrond van het verhaal en welke zinnen de lezers raken. De zin ‘Belisa bleef niet stilstaan, want ze kon haar krachten niet verspillen aan medelijden’ raakt sommige lezers, want het staat voor de diepe armoede en de drang tot overleven. Maar ook de zin dat Belisa begrijpt dat ‘woorden los rondvliegen zonder eigenaar en dat iedereen die een beetje toverkracht bezit, ze kan vangen om ze te gelde te maken’ wordt genoemd.

Dan wordt het gedicht van de Vlaamse dichter Herman de Coninck (1944-1997) ‘De Plek’ gelezen. Het roept allerlei associaties op. Zo worden de tegenstellingen benoemd: bijvoorbeeld ‘niets zien’ tegenover ‘zien’, ‘blijven’ tegenover ‘veranderen’. Dit komt sterk naar voren in de derde dichtregel: ‘Er is niets te zien, en dat moet je zien’. Allen delen de ervaring dat het een ontoegankelijk gedicht is, maar toch spreekt het aan.

De deelnemers waarderen ieder op eigen wijze de leesgroep. Sommigen ‘lezen graag’ en vinden het ‘boeiend’ omdat er ‘onbekende en nieuwe’ teksten worden gelezen en ontdekt. Anderen geven aan door hun ziekte te weinig concentratie te hebben om nog verhalen te lezen; de kortverhalen in de groep zijn dan een uitkomst. De groepsdynamiek wordt door allen gewaardeerd. De sfeer ervaren ze als  open. Iemand geeft aan een psychose te hebben gehad en nu ‘een beter mens’ te zijn geworden door de ervaringen binnen de leesgroep.

Diederik is enthousiast. Ook hij vindt samen lezen voor zichzelf een verrijkende ervaring: hij stuit steeds op nieuwe teksten. Hij vindt de sfeer bijzonder, want er is openheid, respect en vertrouwen. Het zijn bijeenkomsten die er toe doen. zonder oordeel naar elkaar. Uiteraard is er een verschil in uiten: sommige deelnemers delen gemakkelijk, terwijl anderen niet altijd wat zeggen, maar er wel degelijk zijn. Het verhaal is en blijft de landingsbaan, zowel voor de deelnemers als de leesbegeleider. Immers, het woord is van niemand en altijd open voor interpretatie.

(Jan van den Brink)

WALLY DE DONCKER WORDT PETER VAN HET LEZERSCOLLECTIEF

Dat lezen zo belangrijk is, dat draagt Wally De Doncker uit. Als boekenmeester, als auteur, als IBBY-president. We zijn verheugd met zijn belangstelling voor het samen lezen in Vlaanderen en de inspanningen  van het Lezerscollectief in het bijzonder. We zijn daarom ook vereerd met zijn peterschap…. Eerder sprak Wally De Doncker al zijn appreciatie uit bij onze boekvoorstelling Samen sterke verhalen vertellen.

Wally als schrijver

Wally De Doncker is gepassioneerd door kinder- en jeugdliteratuur. De gebeurtenissen in zijn leven (of van mensen rondom hem heen) zijn zijn voornaamste inspiratiebron. Hij probeert zowel kinderen als volwassenen te boeien. Heel wat van zijn boeken worden wereldwijd vertaald. In 2017 alleen al verschijnen er zeven van zijn klassiekers in het Chinees.  Verschillende boeken werden bewerkt voor kortfilm en theater.
Buitenlandse musea en instituten besteden opvallend aandacht aan zijn literaire werk. In 2012 werd hij door het Amerikaanse ‘Daily Edventures’ geselecteerd als ‘Global hero in education’. In 2013 werd hij shortlist genomineerd voor de prestigieuze Belgische SABAM Award in de categorie Jeugdliteratuur.

 

Voor een aantal Belgische, Nederlandse en internationale tijdschriften schrijft hij bijdragen over de internationale dimensie van de kinder- en de jeugdliteratuur. Van 2004 tot en met 2009 maakte hij deel uit van de redactieraad van het Amerikaanse kritisch-literaire tijdschrift over kinder- en jeugdliteratuur ‘The Lion and the Unicorn’. Samen met vier andere Belgen kreeg hij een aparte biografie in de gerenommeerde Amerikaanse The Oxford Encyclopedia of Children’s Literature.

 

Wally als IBBY-President

Wally is president van IBBY, the International Board on Books for Young People, de belangrijkste internationale organisatie in het veld van de kinder- en jeugdliteratuur, die wereldwijd de liefde voor het lezen wil doen groeien en ervoor ijvert om boeken toegankelijk te maken voor alle kinderen van de wereld.

 

Op 13 september 2014 werd hij in Mexico-Stad door afgevaardigden uit 74 landen verkozen tot president van de wereldorganisatie. In zijn maidenspeech gaf De Doncker aan dat het onaanvaardbaar is dat er nog steeds landen zijn die meisjes verbieden om te lezen en dat er overal in de wereld bibliotheken gesloten worden. Kinderen die het minder goed hebben verliezen daardoor hun recht op boeken en lezen.

Op 21 augustus 2016 werd hij in Auckland (Nieuw-Zeeland) als IBBY-President herverkozen door afgevaardigden uit 76 landen. In zijn aanvaardingsspeech had De Doncker het onder meer over de nieuwe uitdagingen die ontstaan zijn door de vluchtelingenproblematiek. “Zolang er mensen zijn die honger leiden, zolang er kinderen zijn die in ellende moeten leven, in ongezonde steden moeten leven, zolang er kinderen zijn die geen kans maken op goed onderwijs, zolang er kinderen uitgesloten worden om te leren lezen … Zolang deze onrechtvaardigheid blijft bestaan, zal de sociale zekerheid in welvarende landen onder druk blijven staan en zullen de vluchtelingenstromen blijven toenemen. Daar kunnen we als IBBY-gemeenschap iets aan doen. Als wij er blijven voor zorgen dat kinderen de kans krijgen om te lezen en hierdoor toleranter en tegelijkertijd pleitbezorgers worden van humaniteit en verdraagzaamheid.’”

HOGE VERWACHTINGEN SCHEPPEN HOGE RESULTATEN

Zo ook in ons eigen werk bij het Lezerscollectief. We geloven in de kracht van mensen en de kracht die er vanuit sterke verhalen uitgaat. We verlaten de stereotyperingen. Niets is wat het lijkt.

Tussen de vele kunstwerken die een lezende persoon afbeelden, vond ik één van fotograaf Eve Arnold.  ‘Marilyn leest Ulysses’. Arnold speelt met het feit dat we snel een beeld van iemand vormen, een oordeel ook. Heeft de blonde seksicoon van de twintigste eeuw, Ulysses van James Joyce, het cultuuricoon werkelijk gelezen??? En kan dat wel? Is zij wel tot zoiets in staat? Inderdaad: zoiets past toch niet in het plaatje van het domme blondje. Het plaatje van glitter en glamour past toch niet bij het plaatje van de ‘intellectueel’?

In het boek ‘Vrouwen die lezen zijn gevaarlijk’ (Stefan Bollmann- Mercatorfonds 2006) las ik zelfs dat professor literatuur Richard Brown 30 jaar na het maken van het beeld de fotografe contacteerde om haar te vragen of Marilyn het boek werkelijk las of er enkel mee poseerde. Eve Arnold antwoordde dat toen ze Marilyn ontmoette, zij in het boek aan het lezen was en haar vertelde dat ze de tekst hardop las om hem beter te kunnen verstaan. Ze hield erg veel van de toon van het werk.

Mooi toch?

Dirk Terryn