WABLIEFT IN LIVERPOOL. EEN ERVARING DIE BLIJFT HANGEN.

Dinsdag 23/2/2017. Na een treinrit van Liverpool naar Manchester ontmoet ik leesbegeleidster Kate Weston in het station. Vanuit Manchester nemen we nog een trein en een taxi om de vrouwengevangenis Styal te bereiken. De rit erheen geeft ons gelegenheid om al één en ander door te praten. De leesgroep heeft wisselend succes, weet Kate. De afgelopen weken daagden opvallend minder deelnemers op. Een mogelijke oorzaak zijn de ‘permission slips’, briefjes die gevangenen krijgen om te mogen deelnemen aan activiteiten. Die briefjes worden vaak gebruikt als een soort beloning voor goed gedrag. Het omgekeerde gebeurt ook: als gevangenen in problemen raken, krijgen ze geen toestemming om aan activiteiten deel te nemen. De briefjes komen af en toe ook niet terecht, denkt Kate. Vorige week had ze één deelneemster aan de leesgroep. Ze hoopt op een betere opkomst vandaag.

Bij de start van de leesgroep zijn twee deelneemster aanwezig. Zij zijn allebei vaste ‘klanten’. Eén van hen is Samantha, de ene deelneemster van vorige week.

De leesgroep mag een klein lokaaltje gebruiken in een administratief blok van de gevangenis. Niemand van het personeel neemt deel. Begeleidster Kate heeft het kortverhaal ‘The Necklace’ (La Parure) van Guy de Maupassant meegebracht (http://www.eastoftheweb.com/short-stories/UBooks/Neck.shtml). Kate heeft ook koffie, thee, koekjes en druiven mee voor iedereen in de groep. Wanneer Kate enkele regels ver in de tekst is, dagen nog twee deelneemsters op. Zij komen voor het eerst naar de leesgroep en weten niet zo goed wat te verwachten. Later sluit nog een nieuwe deelneemster aan. Hoewel de vrouwen elkaar niet kennen, lijken ze allemaal op hun gemak in de groep. Ook mijn aanwezigheid stoort hen duidelijk niet. Ze praten heel open met elkaar over de tekst en vullen elkaars interpretaties aan. Halfweg de tekst stappen de twee ‘anciens’ van de groep op. Blijkbaar hebben ze hetzelfde verhaal ook al met de voorgangster van Kate gelezen, nu ongeveer een jaar geleden. “We zouden toch alleen maar hetzelfde kunnen zeggen als toen. Dat heeft weinig zin”, leggen ze uit. Met de nieuwelingen leest Kate verder. Ook nu blijft het gesprek op gang. Er komen verschillende inzichten en interpretaties. Die worden Na afloop beloven twee van hen er volgende week ook terug bij te zijn. Dat stemt Kate heel tevreden.

Op de terugweg praat ik na met Kate. Hoe staat zij tegenover de deelneemsters? Kate vertelt dat ze hen als ‘gewone’ mensen bekijkt. Waarom ze daar zijn en voor hoe lang, speelt geen rol. Willen ze er zelf over praten, is dat goed. Willen ze dat niet, ook goed. Door haar open opstelling heeft Kate snel het vertrouwen kunnen winnen van de deelneemsters. Er is niemand van het personeel in de ruimte. Wellicht helpt dat ook om een ontspannen sfeer te creëren. Er is een ‘panic button’ in de kamer, maar die heeft Kate nog nooit hoeven te gebruiken.

Kate is ervan overtuigd dat de leesgroep voor veel deelneemsters een rustpunt is. Door ‘shared reading’ komen ze ook tot inzichten over zichzelf en hun situatie. Dat is niet altijd eenvoudig, soms zelfs behoorlijk emotioneel, maar de ervaring heeft een positief effect op de deelneemsters. Datzelfde zal later ook blijken uit wat ex-gevangene Anne vertelt aan tafel bij The Reader.

Ruud Meert, hoofdredacteur WABLIEFT.

 

SAMEN LEZEN VOOR ANDERSTALIGEN IN ZEMST

Met vijven, 4 vrouwen en 1 man. Een mooie opkomst vind ik zelf. Qua niveau Nederlands redelijk aan elkaar gewaagd. Uit alle deelgemeenten van Zemst zat er iemand aan tafel. Ook verschillende continenten: Europa, Zuid-Amerika en Afrika.

We lazen ‘Een wonderlijk kerstcadeau’ door Ria van Adrichem uit boekje Mag het ietsje meer zijn en twee bijhorende gedichten: ‘Wie is wie’ van Frank Eerhart en  ‘Vreemde stad’ van Toon Hermans. Daarna nog een stukje uit Rodaan Al Galidi,  Hoe ik zin in het leven kreeg, uitgeverij Jurgen Maas, p.55-57.

De  tekst werd goed begrepen en goed gesmaakt. Hij bracht verschillende kleine discussies op gang. O.a. over gastvrijheid in de verschillende landen. Bij het aankondigen van de gedichten, zei iemand: “Dat is grote literatuur,  niets voor mij”; waarop een ander repliceerde “Een gedicht moet je voelen.”

Ook de tekst van Rodaan Al Galidi leverde heel wat gespreksstof op over tijdsbesef en over het concept tijd en afspraak t.o. een onmiddellijke noodzaak bv. iemand hulp bieden. Hoe die perceptie cultureel bepaald is.

De deelnemers waren enthousiast en wilden wel elke 14 dagen een bijeenkomst. Ook het feit dat het overdag was, was een pluspunt voor de twee jonge moeders.

(Ellen Adam)

STUDIEREIS LIVERPOOL: SAMEN LEZEN IN DETENTIE

Het Lezerscollectief organiseerde voor twee partnerorganisaties een werkbezoek aan The Reader rond het thema: Samen Lezen in detentie. Ruud Meert van VOCVO, Thomas Baeckens en Frederik Janssens van de Rode Antraciet, Dirk Terryn en Jan van den Brink reisden af naar Liverpool. Hierbij twee impressies.

Dirk en Jan bezoeken de jeugdgevangenis van Barton Moss. Ze lezen er met een groep van 6 jongens, wekelijks. De jongens komen vrijwillig lezen, ook in hun vakanties. Val Hannan is de leesbegeleidster en twee begeleiders zijn er ook bij. Een begeleider blijft in haar eigen tijd de groep bijwonen. Val heeft het kortverhaal A Cap for Steve van de Canadese schrijver Morley Callagham uitgezocht. De jongeren komen één voor één binnen, met een handdruk: er is een hartelijke sfeer. Ze kiezen een stoel, zetel of één van de zitzakken. Ze zijn tussen de 14 en 17 jaar. Val situeert het verhaal en de auteur kort en begint het hardop te lezen. Tijdens de pauzes reageren de jongens geanimeerd. Een jongen zegt stellig dat de vader de pet van Steve nooit had mogen verkopen. Een ander zegt dat rijk en arm geen rol zou moeten spelen. Weer een ander zegt dat alles een prijs heeft. Val stelt regelmatig een vraag, om door te vragen of de jongens te prikkkelen.

We zien dat het samen lezen van het verhaal voor de jongens belangrijk is. Het raakt hen. De jongens komen levenswijs over: ze weten lastige emoties raak te benoemen en ze gaan thema’s als vader-zoon verhouding niet uit de weg. Dat het wekelijks lezen hen wat lijkt te doen, is ook de ervaring van Val. Ze zegt achteraf dat onze aanwezigheid de jongens wat stiller maakt, dat er anders meer interactie is. De kracht van het samen lezen zit voor haar in de indirectheid: het verhaal biedt de jongens steeds de mogelijkheid in te haken op thema’s uit het verhaal.

Thomas en Frederik bezoeken o.a. het Stafford House, een probatiehuis, waar mensen met een persoonlijkheidsstoornis verblijven. Het is in Engeland een gangbare praktijk dat in een dergelijk huis de proeftijd wordt uitgezeten. Cat Miller is de leesbegeleider en er is een staflid bij. Cat leest het kortverhaal ‘The Birtday Cake’ van de Amerikaan Daniel Lyons. Het verhaal speelt zich af in New York. Er is enige animositeit over de aanwezigheid van Puerto Ricanen en er is de strijd over de ene verjaardagstaart en wie deze mag kopen. 

  What if you slept

  And what if

  In your sleep

  You dreamed

  And what if

  In your dream

  You went to heaven

  And there plucked a strange 

  and beautiful flower

  And what if

  When you awoke

  You had that flower in your hand

  Ah, what then?

 

  Samuel Taylor Coleridge

Na de sessie hebben ze een interessant gesprek met Paul Walker, de manager van het probatie-huis. Hij is bijzonder nuchter en realistisch. De politici hebben het weliswaar vooral over ‘veiligheid’ en ‘rehabilitatie’, maar hij ziet armoede als oorzaak van de criminaliteit. Zolang dit niet aangepakt wordt, verwacht hij geen wezenlijke veranderingen. Echter, hij merkt op dat medemenselijkheid voor hem van het grootste belang is. In het huis vragen ze dan ook niet ‘waar ga je naartoe?’, maar ‘hey, hoe gaat het met jou?’.

Medemenselijkheid is nu juist één van de pijlers van samen lezen. De gevangen als volwaardig mens zien, ieder de ruimte bieden op eigen wijze te reflecteren op een tekst, kan hen in ieder geval het besef van hun mens-zijn teruggeven. Dit blijft inderdaad een voortdurende zoektocht, maar het is de inzet en de ervaring van de samen lezers.

(JAN VAN DEN BRINK)

BESCHUT WONEN EN SAMEN LEZEN IN PERMEKE

De leesgroep in de bibliotheek Permeke van Antwerpen is ontstaan uit een groep bij Beschut Wonen aan de Lange Lozanastraat in Antwerpen. Nu lezen er ook anderen mee en ontmoet men elkaar eens in de twee weken op dinsdagmorgen. Dit geeft een bont gezelschap, onder de bevlogen leiding van Diederik van Woensel.

Eerst wordt het kortverhaal van de Zuid-Amerikaanse schrijfster Isabel Allende ‘Twee Woorden’ gelezen. Diederik begint te lezen en wordt afgewisseld door verschillende anderen. Het is het verhaal van Belisa Crepusculario: hoe zij diepe armoede, honger en droogte overleeft, de kracht van het woord ontdekt en hier haar brood van maakt. Het hardop lezen van de tekst geeft een eigen, directe ervaring. Regelmatig is er een pauze om stil te zijn, maar waarin ook vragen worden besproken over de achtergrond van het verhaal en welke zinnen de lezers raken. De zin ‘Belisa bleef niet stilstaan, want ze kon haar krachten niet verspillen aan medelijden’ raakt sommige lezers, want het staat voor de diepe armoede en de drang tot overleven. Maar ook de zin dat Belisa begrijpt dat ‘woorden los rondvliegen zonder eigenaar en dat iedereen die een beetje toverkracht bezit, ze kan vangen om ze te gelde te maken’ wordt genoemd.

Dan wordt het gedicht van de Vlaamse dichter Herman de Coninck (1944-1997) ‘De Plek’ gelezen. Het roept allerlei associaties op. Zo worden de tegenstellingen benoemd: bijvoorbeeld ‘niets zien’ tegenover ‘zien’, ‘blijven’ tegenover ‘veranderen’. Dit komt sterk naar voren in de derde dichtregel: ‘Er is niets te zien, en dat moet je zien’. Allen delen de ervaring dat het een ontoegankelijk gedicht is, maar toch spreekt het aan.

De deelnemers waarderen ieder op eigen wijze de leesgroep. Sommigen ‘lezen graag’ en vinden het ‘boeiend’ omdat er ‘onbekende en nieuwe’ teksten worden gelezen en ontdekt. Anderen geven aan door hun ziekte te weinig concentratie te hebben om nog verhalen te lezen; de kortverhalen in de groep zijn dan een uitkomst. De groepsdynamiek wordt door allen gewaardeerd. De sfeer ervaren ze als  open. Iemand geeft aan een psychose te hebben gehad en nu ‘een beter mens’ te zijn geworden door de ervaringen binnen de leesgroep.

Diederik is enthousiast. Ook hij vindt samen lezen voor zichzelf een verrijkende ervaring: hij stuit steeds op nieuwe teksten. Hij vindt de sfeer bijzonder, want er is openheid, respect en vertrouwen. Het zijn bijeenkomsten die er toe doen. zonder oordeel naar elkaar. Uiteraard is er een verschil in uiten: sommige deelnemers delen gemakkelijk, terwijl anderen niet altijd wat zeggen, maar er wel degelijk zijn. Het verhaal is en blijft de landingsbaan, zowel voor de deelnemers als de leesbegeleider. Immers, het woord is van niemand en altijd open voor interpretatie.

(Jan van den Brink)

WALLY DE DONCKER WORDT PETER VAN HET LEZERSCOLLECTIEF

Dat lezen zo belangrijk is, dat draagt Wally De Doncker uit. Als boekenmeester, als auteur, als IBBY-president. We zijn verheugd met zijn belangstelling voor het samen lezen in Vlaanderen en de inspanningen  van het Lezerscollectief in het bijzonder. We zijn daarom ook vereerd met zijn peterschap…. Eerder sprak Wally De Doncker al zijn appreciatie uit bij onze boekvoorstelling Samen sterke verhalen vertellen.

Wally als schrijver

Wally De Doncker is gepassioneerd door kinder- en jeugdliteratuur. De gebeurtenissen in zijn leven (of van mensen rondom hem heen) zijn zijn voornaamste inspiratiebron. Hij probeert zowel kinderen als volwassenen te boeien. Heel wat van zijn boeken worden wereldwijd vertaald. In 2017 alleen al verschijnen er zeven van zijn klassiekers in het Chinees.  Verschillende boeken werden bewerkt voor kortfilm en theater.
Buitenlandse musea en instituten besteden opvallend aandacht aan zijn literaire werk. In 2012 werd hij door het Amerikaanse ‘Daily Edventures’ geselecteerd als ‘Global hero in education’. In 2013 werd hij shortlist genomineerd voor de prestigieuze Belgische SABAM Award in de categorie Jeugdliteratuur.

 

Voor een aantal Belgische, Nederlandse en internationale tijdschriften schrijft hij bijdragen over de internationale dimensie van de kinder- en de jeugdliteratuur. Van 2004 tot en met 2009 maakte hij deel uit van de redactieraad van het Amerikaanse kritisch-literaire tijdschrift over kinder- en jeugdliteratuur ‘The Lion and the Unicorn’. Samen met vier andere Belgen kreeg hij een aparte biografie in de gerenommeerde Amerikaanse The Oxford Encyclopedia of Children’s Literature.

 

Wally als IBBY-President

Wally is president van IBBY, the International Board on Books for Young People, de belangrijkste internationale organisatie in het veld van de kinder- en jeugdliteratuur, die wereldwijd de liefde voor het lezen wil doen groeien en ervoor ijvert om boeken toegankelijk te maken voor alle kinderen van de wereld.

 

Op 13 september 2014 werd hij in Mexico-Stad door afgevaardigden uit 74 landen verkozen tot president van de wereldorganisatie. In zijn maidenspeech gaf De Doncker aan dat het onaanvaardbaar is dat er nog steeds landen zijn die meisjes verbieden om te lezen en dat er overal in de wereld bibliotheken gesloten worden. Kinderen die het minder goed hebben verliezen daardoor hun recht op boeken en lezen.

Op 21 augustus 2016 werd hij in Auckland (Nieuw-Zeeland) als IBBY-President herverkozen door afgevaardigden uit 76 landen. In zijn aanvaardingsspeech had De Doncker het onder meer over de nieuwe uitdagingen die ontstaan zijn door de vluchtelingenproblematiek. “Zolang er mensen zijn die honger leiden, zolang er kinderen zijn die in ellende moeten leven, in ongezonde steden moeten leven, zolang er kinderen zijn die geen kans maken op goed onderwijs, zolang er kinderen uitgesloten worden om te leren lezen … Zolang deze onrechtvaardigheid blijft bestaan, zal de sociale zekerheid in welvarende landen onder druk blijven staan en zullen de vluchtelingenstromen blijven toenemen. Daar kunnen we als IBBY-gemeenschap iets aan doen. Als wij er blijven voor zorgen dat kinderen de kans krijgen om te lezen en hierdoor toleranter en tegelijkertijd pleitbezorgers worden van humaniteit en verdraagzaamheid.’”

HOGE VERWACHTINGEN SCHEPPEN HOGE RESULTATEN

Zo ook in ons eigen werk bij het Lezerscollectief. We geloven in de kracht van mensen en de kracht die er vanuit sterke verhalen uitgaat. We verlaten de stereotyperingen. Niets is wat het lijkt.

Tussen de vele kunstwerken die een lezende persoon afbeelden, vond ik één van fotograaf Eve Arnold.  ‘Marilyn leest Ulysses’. Arnold speelt met het feit dat we snel een beeld van iemand vormen, een oordeel ook. Heeft de blonde seksicoon van de twintigste eeuw, Ulysses van James Joyce, het cultuuricoon werkelijk gelezen??? En kan dat wel? Is zij wel tot zoiets in staat? Inderdaad: zoiets past toch niet in het plaatje van het domme blondje. Het plaatje van glitter en glamour past toch niet bij het plaatje van de ‘intellectueel’?

In het boek ‘Vrouwen die lezen zijn gevaarlijk’ (Stefan Bollmann- Mercatorfonds 2006) las ik zelfs dat professor literatuur Richard Brown 30 jaar na het maken van het beeld de fotografe contacteerde om haar te vragen of Marilyn het boek werkelijk las of er enkel mee poseerde. Eve Arnold antwoordde dat toen ze Marilyn ontmoette, zij in het boek aan het lezen was en haar vertelde dat ze de tekst hardop las om hem beter te kunnen verstaan. Ze hield erg veel van de toon van het werk.

Mooi toch?

Dirk Terryn

SAMEN LEZEN IN DE BIBLIOTHEEK VAN BELLINGEN

Ann Vandamme (bibliotheek van Bellingen) vroeg het Lezerscollectief om met jongeren van Huize Ter Loo het boek BLACK samen te lezen. Leesbegeleider Eliane De Moor nam de uitdaging aan…

BLACK

Dat is de huidskleur van Marie Evelyne. Ze is 16 jaar, woont met haar ouders in Brussel en gaat er naar school. Tot op een dag haar neef David voorstelt om een veel opwindender leven te gaan leiden bij de jongerenbende The Black Bronx. Voor Marie Evelyne betekent haar zwarte huid dat ze nooit de kansen zal krijgen waar ze op hoopt. Ze besluit haar saaie leventje vaarwel te zeggen en als Mavela het straatleven van The Black Bronx te delen.

De huidskleur van de Marokkaan Marwan is een toontje lichter maar ook hij voelt de ongelijkheid. Hij heeft zich aangesloten bij de 1080ers die op hun beurt in Brussel hun macht willen tonen en manieren zoeken om te overleven.

Mavela en Marwan ontmoeten elkaar voor het eerst op het politiebureau. Het is het begin van wat een onmogelijke liefde lijkt.

Dirk Bracke heeft hun verhaal in het boek BLACK opgeschreven.

Adil El Harbi en Bilall Fallah hebben er een film van gemaakt waarin ook het vervolgboek BACK is verwerkt.

De Openbare Bibliotheek van Bellingen nodigde jongeren uit Huize Ter Loo uit om het boek van Dirk Bracke samen met Eliane van het Lezerscollectief te lezen en erover te praten. Dat ging door op 4 woensdagnamiddagen in een lokaal van de Bibliotheek van Bellingen. Een hapje en een drankje zorgden voor een aangename sfeer. De gesprekken waren boeiend en met de jongeren die het veelal in moeilijke situaties moeten zien te redden werd het SAMEN LEZEN een intense ervaring

De apotheose en de beloning voor hun trouwe aanwezigheid was de voorstelling van de film in De Meent in Alsemberg waarbij actrices Martha Canga en regisseur Bilall Fallah aanwezig waren om met iedereen in gesprek te gaan. Een fijne avond waar iedereen van heeft genoten. 

Als je iets in een boek leest moet je eerst zelf een manier vinden om daar mee om te gaan. Je moet een beeld vormen of je eigen gevoelens een plaats geven.

In een verfilmd boek heeft iemand dat voor jou gedaan. Je kan altijd afstand nemen en zeggen ‘Och, het is toch maar film’.

Een Samenlezer 

Eliane De Moor

LEESCAFE BIJ BESCHUT WONEN VELZEKE

Na afloop van een kunstenproject dat zeer positief verliep, leefde bij Beschut Wonen de vraag om verder samen te werken met Vormingplus, maar andere aspecten van kunstbeoefening te verkennen die wellicht ook andere deelnemers zouden aanspreken.

Vormingplus ging hier graag op in met de organisatie van een ‘Leescafé’. We kozen voor deze naam om het informele karakter en de gelijkwaardigheid van deelnemers (en begeleider) te benadrukken. Van bij het begin was het de bedoeling de groep in een veilige, vertrouwde omgeving te laten kennismaken met de methode, om nadien in een minder bekende omgeving en uitgebreid met nieuwe deelnemers verder te gaan. Na een proefsessie in de lokalen van Beschut Wonen, waren er voldoende kandidaten om van start te gaan.

De eerste bijeenkomsten vonden afwisselend plaats op dinsdag en vrijdag, op zoek naar de meest geschikte dag. We startten op vrijdag 4 maart 2016.

De plek waar we samenkomen is ‘De Villa’, een huis waar verschillende ex-psychiatrische patiënten samenwonen in Velzeke. Het is er huiselijk en gezellig en makkelijk bereikbaar voor de deelnemers. Er wordt elke keer voor koffie en een hapje gezorgd.

Nadeel van de plek: er lopen mensen binnen en buiten, er wordt aangebeld, gepraat in de keuken. Van de bewoners deed er elke keer minstens één iemand mee, soms meerdere mensen. Het was moeilijk voor de bewoners om zich te concentreren op het hier en nu.

Ondanks aandringen van de begeleiders van Beschut Wonen bleven sommige verantwoordelijken tijdens het leescafé mensen storen met vragen of opdrachten.

Na een paar bijeenkomsten bracht ik muziek mee om vooraf te laten horen. Het bracht sfeer en het was voor de andere bewoners een teken dat er een Leescafé ging plaatsvinden.

Op de eerste bijeenkomst waren enkele mensen uit het psychiatrische ziekenhuis aanwezig, samen met een begeleidster. Hoewel deze deelnemers wel aandachtig luisterden naar de teksten, verliep de bespreking met hen zeer moeilijk. Hun tussenkomsten gingen telkens over henzelf en hun problematiek, het verband met de tekst ging totaal verloren.

Voor de deelnemers van Beschut Wonen werkte de aanwezigheid van mensen uit het ziekenhuis niet. Ze werden stil en verloren hun aandacht. Vanuit hun standpunt was dit ook weinig moedgevend; ze werden geconfronteerd met mensen die in hun integratie in de samenleving nog lang niet zo ver staan als zij.

In overleg met de begeleiders van Beschut Wonen werd afgesproken geen patiënten uit het ziekenhuis meer uit te nodigen.

De verdere bijeenkomsten verliepen positief tot zeer positief. Een wisselend aantal mensen met een ‘vaste’ kern van een viertal, bleef de sessies volgen.  Af en toe bleek de aandoening sterker dan de tekst, maar een begeleidster van BW die de deelnemers kent, kon dan ingrijpen.

De aanwezigheid van twee begeleiders van BW die aan de bijeenkomsten deelnemen, is interessant omdat er een gesprek ontstaat dat hen als mensen verbindt en niet langer enkel vanuit hun functie. Het aantal deelnemers varieert van 5 tot 12.

Na afloop van de reeks besloten we een Leescafé te starten in het Lokaal Dienstencentrum. Als drempellage voorziening voor mensen die overdag thuis zijn, is dit LDC immers ook op de kliënten van BW gericht. Tegelijkertijd gaf het de kans om de deelnemersgroep te verbreden.

In haar najaar vond een tweede reeks bijeenkomsten plaats in het LDC Egmont in Zottegem.Iedere keer namen er mensen van buiten BW deel. Maar omdat het LDC zelf nog maar sinds deze zomer open is, is er nog geen groot publiek gevormd. De deelnemers kwamen telkens af op de aankondiging in de Vormingplusbrochure.

Ook nu verlopen de bijeenkomsten gemoedelijk en gezellig. Het valt wel op dat de mensen van BW minder aan het woord komen dan de mondige deelnemers van daarbuiten. Door de soort vragen te variëren (vragen naar eigen ervaring, gevoel, reflectie, vergelijking met realiteit…) probeer ik mensen op andere manieren aan te spreken en iedereen aandacht te geven.

Sinds 15/11 loopt er vanuit UGent/Het Lezerscollectief een onderzoeksproject van 2 masterstudenten psychologie over het effect van het Leescafé op de deelnemers.

Een volgende reeks vindt vanaf januari 2017 plaats in de Stadsbibliotheek van Zottegem. De voorbereidende communicatie hieromtrent wordt hieronder weergegeven. Ze licht toe hoe de verschillende partners en deelnemers tegenover het vervolg van het project staan.

 

(Sonja Focketyn- Vorming Plus i.s.m. Het Lezerscollectief)