SAMEN LEZEN IN ZELZATE

Zaterdag 12 november 2016

Luk staat mij op te wachten in de hall. Hij wil graag weten of hij zijn boek nodig heeft. ‘Ja, deze keer wel.’ luidt mijn antwoord.

Marc is op weg naar zijn kamer, maar schuifelt terug als hij mij ziet.

We gaan samen naar het salon. Er is verder nog niemand van ‘de harde kern’ aanwezig. Ik klop aan bij Marc, hij zit naar gewoonte met koptelefoon op naar klassieke muziek te luisteren. Wanneer Marc en ik in het salon arriveren, zitten Rudy en Bernard naast Luk in de zetel te wachten. Ook Antonio is er, rustig kijkend in een tijdschrift.

Ik zet de televisie uit, we installeren ons en slaan ons boek open. Net voor we beginnen te lezen, wordt Romain door zijn echtgenote binnengereden.

Nu kunnen we écht van start gaan. We lezen de tekst ‘Prettig geregeld’ van Thomas Verbogt. De avond voordien had ik het verhaal herlezen. Bepaalde passages hadden  mij luidop doen lachen. Deze keer blijft het echter stil, op af en toe een licht gesnurk na van een bewoner die slapend aanwezig is. ‘Een mevrouw die er een beetje zelfgebreid uitziet’ hoe ziet die er dan uit? vraagt Romain zich af.  ‘ Het is toch wel een rare tekst,’ vindt Luk. ‘Dat hoofdpersonage doet zo raar.’

Ik ben wat verrast door zijn reactie. Vreemd genoeg ga ik er nog te vaak van uit dat wat ík ‘grappig’ of ‘ontroerend’ of…. vind, ook door anderen zo zal bevonden worden. Hij verrast mij ook door zijn eerlijkheid. Toen ik hier in december vorig jaar startte met voorlezen, werd alles wat we lazen ‘goed’ bevonden door de bewoners.

Daar is nu gelukkig verandering in gekomen.

We hebben het ook over welk lied we graag op onze begrafenis zouden laten horen. Romain moet er niet lang over nadenken: ‘Sofietje’ van Johny Lion. Hij begint voorzichtig te zingen en anderen vallen in ‘Zij dronk ranja met een rietje, mijn Sofietje, op een Amsterdams terras…’

Voor Eric mag het een fragment uit de Mattheuspassie zijn, zijn naamgenoot Erik hoopt op ‘My  way’ van Sinatra. ‘De mis in het Latijn, zoals in mijn kindertijd, dat zou ik graag hebben op mijn begrafenis.’ zegt Luk.

Het is ondertussen etenstijd. Ook hier merk ik verandering: de luisteraars/ medelezers waren aandachtig tot het einde van het verhaal. Vroeger keek wie de taak had de tafel te dekken angstvallig naar de klok, bang te laat in de eetzaal toe te komen. Misschien ben ik zelf ook rustiger geworden in het lezen?

We hebben helaas geen tijd meer voor een gedicht. Luk leent  mij  een boek van Gaston Durnez. Het leesmoment in dit Psychiatrisch Rusthuis wordt alsmaar meer een ‘samen lezen’. Dat doet goed.

 

Erika Schoonjans

 (Namen warden gewijzigd om privacyredenen)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *