Hotel Pardon

HOTEL PARDON op dinsdag 24 februari. Lezing in De Kluizerij te Affligem door Jan De Cock, bijgewoond door enkele Lezerscollectievers in het kader van onze leesgroepen in de gevangenis. 

We zitten in een halve kring. Verzameld in een voormalig klooster, rond ons een koude, heldere nacht. Een kop warmt onze handen, muntthee onze buiken.

Onze spreker treedt de kleine ruimte binnen. Hij is niet alleen; in het gezelschap van een vrouw en een gitaar neemt hij plaats. Even is het stil, we worden priemend in de ogen gekeken. Een hartelijke lach volgt en een verklaring voor deze uitzonderlijke intro ook.

Kijk toch in de ogen! Elkaar in de ogen kijken schept een band. Je wordt je gewaar van de schoonheid in je medemens. En durf die schoonheid ook te registreren in de ogen van mensen die vreselijke dingen gedaan hebben. De mensen die we daders noemen.”

Misschien choqueren deze laatste twee zinnen u. Schreeuwt u even uit dat deze man vast geen slachtoffer is. Dat hij toch maar makkelijk praten heeft.

Bij het eerste hebt u gelijk, bij het tweede niet. Vanavond spreekt immers Jan De Cock, ziekenhuispastor van het UZA. Hij liet zich de laatste jaren vrijwillig opsluiten in 160 gevangenissen over heel de wereld. Hij verloor inderdaad geen bloedverwant op een vreselijke manier. “Maar daar wacht ik liever niet op om in contact te treden met slachtoffers. Net zomin als ik zit te wachten tot iemand van mijn dierbaren achter de tralies belandt om dan pas bekommerd te zijn om daders.”

Heeft er vandaag al iemand tegen u gezegd dat u er mooi uitziet?” Nee? Zonde. Jan haalt de gitaar boven: Je bent zo mooi van binnen uit galmt doorheen de ruimte. Een nummer dat hij schreef voor een gevangene waarmee hij een cel deelde en die je onmogelijk mooi zou noemen. “Tot je in de ogen kijkt!” Met opgooiende armen maakt hij ons duidelijk dat hij weet heeft van zijn stokpaardje.

Met deze muzikale noot leidt Jan ons langs verscheidene continenten en vooral langs ontelbaar veel gevangenissen. Het zijn verhalen van vertrouwen, vergeving en hoop. Een gevangenis zonder cipiers, een dader die een nier doneert aan de vrouw van zijn slachtoffer en vele andere krachtige mensen passeren de revue.

Jan ziet zichzelf graag als tolk van slachtoffers. Na zijn omzwervingen van de laatste jaren, kan hij niet anders dan vaststellen dat mensen wonderlijke bronnen kunnen aanboren in plaats van de plotse leegte met wrok te vullen. Hij spreekt vol liefde over alle nieuwe ontmoetingen, met slachtoffers én daders. Hij probeert slachtoffers te begeleiden tot verzoening. Een missie waarin hij wordt gesteund door de woorden van Aba Gayle, een vrouw van tachtig, die hem toefluisterde dat “vergeven een plotse golf van vrede geeft, die niet verdwijnt”.

Uiteraard is dat makkelijker gezegd dan gedaan. Hilde, de vrouw die Jan vergezeld vanavond, heeft vijftien jaar geleden haar zus op een gruwelijke manier verloren. Ze beschrijft vreselijk intiem haar hele verwerkingsproces. Deze vrouw verdient bewondering. Net als alle personages in Jan zijn verhalen, maar Hilde zit vlak voor ons; we kunnen onze ogen niet afwenden van haar sprekende kracht.

Moet een mens spiritueel zijn om tot verzoening te komen?” Jan brengt de vraag onder woorden die wij al een tijdje voelen borrelen. Gelukkig formuleert hij ook zelf een antwoord, zoals steeds op basis van verzamelde verhalen.

Hij beschrijft verschillende jongeren in Afghanistan, elk met een ander geloof en een andere achtergrond. Tussen hen in, de haat die gebakken zit tussen de verschillende culturen. Een haat die overwonnen wordt door het gemeenschappelijk verdriet. Het verdriet van vermoorde familieleden, verkrachte moeders, het geweld rondom hen. Deze jongeren hebben samen een atelier neergepoot, waar ze donsdekens fabriceren. Donsdekens waarmee ze weduwen verwarmen.

Hij beschrijft een ritueel uit de eilandstaat Samoa waarbij de familie van de dader de zorg voor (de familie van) het slachtoffer op zich neemt. Daarbij knielt de dader, of iemand die zich daarmee identificeert, neer voor de deur van het slachtoffer met over zich een tapijt (the fine mat). Noem het een zondelaken. Zo blijven ze zitten. Dagen. In de regen, de verhittende zon. Net zolang totdat (de familie van) het slachtoffer rust heeft gevonden en de last letterlijk wegneemt.

Hij beschrijft een ongelofelijke boezemvriendschap tussen een Joodse en Palestijnse man, die elk een dochter verloren. Ook zij vinden elkaar in het gezamenlijk verdriet. En ook zij laten geen haat groeien in hun hart: “Zie af van de bloedwraak”. Bedenk dat dat in hun cultuur ook inhoudt dat de dader meteen op vrije voeten komt. Het maakt je stil.

Hij beschrijft hoe spiritualiteit en geluk een goed huwelijk blijkt te zijn. Hoe eenvoud je tot rust kan brengen. En hoe ouderdom hier misschien wel bij kan helpen. “Vergeving schijnt te ontspringen op je tachtigste,” lacht Jan wanneer hij besluit dat hij wel erg veel oudjes van tachtig tegen kwam op zijn weg.

Verzoening is ook de kern van het sterfbed. Hier steekt de ziekenhuispastor in hem de kop op. Hij schetst een vrouwtje van tachtig, zijn eerste patiënt. Eentje dat geen rust op latere leeftijd vond. Eentje dat haar laatste adem gebruikte om haar dochter uit te schelden. Letterlijk, want het was het laatste wat ze deed. “Erg triest,” blikt Jan terug. En zo blijken er meer te zijn. “Denk niet dat het een rustig sterven is, deze mensen sterven zoveel krampachtiger.”

Jan drukt ons nog even op het hart niet tot ons sterfbed te wachten om de moeilijke kaart van verzoening te trekken. We worden ondertussen nog even diep in de ogen gekeken. Zachtjes bedankt hij ons voor de opkomst en ons gehoor.

De kamer druppelt maar langzaam leeg, hoewel de lezing tot een einde is gekomen. Veel aanwezigen slaan nog een praatje met Hilde. Een vrouw lijkt de verzoening van Hilde moeilijk te kunnen vatten. Jan aanhoort nog wat bewonderende vragen. Deelt hierbij nog stevige knuffels en hartelijke schouderkloppen uit.

Het mag wel duidelijk zijn dat dit geen gewone lezing was. De avond heeft mensen geraakt, maar vooral ook warm gemaakt. Dat de theekop nu leeg is, kan geen kwaad meer.

 

Anouk Buelens-Terryn. Bekijk het artikel ook op www.dwars.ac.ua.be

 

Lezen voor en met jongeren in de klas

Samen lezen we in het vierde jaar aso THE FAULT IN OUR STARS van John Green
over de liefde tussen 2 jongeren met kanker.

Er zijn er die het boek al hebben gelezen, in het Engels of in het Nederlands en die de film al hebben gezien, dus we vertrekken met heel wat vooroordelen. A tear jerker. Is er niks vrolijkers? A girl’s book. Kan het niet wat spannender?

In het eerste voorleesuur moet alvast een en ander worden verduidelijkt. Dit is niet het verhaaltje voor het slapengaan. Dus we lezen mee of luisteren en lezen dan nog zelf een stukje verder.

We pakken de draad weer op de volgende week in het tweede voorleesuur. Dit keer zijn ook de sceptici voor de zaak gewonnen en wordt er een uur lang stil meegelezen of geluisterd.

Of ze al dan niet verder gelezen hebben voor het volgende voorleesuur wordt niet gecontroleerd. De meeste komen vertellen dat ze dat echt wel hebben gedaan.

In het vierde voorleesuur lezen we samen het boek uit. Er moet geen samenvatting worden gemaakt. Er moet niets worden opgezocht over de auteur. In een klasgesprek leest iedereen een stukje van het verhaal voor of citeert een ‘quote’ die om een af andere reden bijzonder was. Dan wordt uitgelegd waarom juist daarvoor werd gekozen.

Die gespreksronde levert boeiende filosofische beschouwingen op over leven en dood en over ‘the afterlife’. De romantici leveren zich over aan ontroerende momenten. Er is veel respect voor gevoelens en interesses. En er is de vraag naar meer van dit soort gesprekken.

De jongeren hebben in het Engels een boek gelezen. Daarvoor werden drempels overwonnen. In het Engels hebben ze opinies en gevoelens kunnen verwoorden. Ook daarvoor hebben ze zich moeten inspannen. Maar het is hen gelukt. Ze mogen fier zijn op zichzelf. Dat zijn ze ook wanneer hen dat wordt gezegd.

The Love Song of J. Alfred Prufrock van T.S.Eliot kunnen ze uit het boek citeren wanneer de liefde op hun pad komt. Over ‘The Red Wheelbarrow’ van William Carlos Williams dat Hazel in de ambulance aan Gus voordraagt gaan we het nog eens samen hebben.

Eliane De Moor

Samen lezen maakt mensen ook lezers van elkaar.

Gezinskrant De Bond: Het Lezerscollectief is een coöperatieve vennootschap met sociaal oogmerk die overal
in Vlaanderen mensen samenbrengt om grote literatuur te lezen. Bijzonder is niet alleen
dat het vaak gaat om groepen die weinig of nooit in contact komen met grote literatuur,
maar ook dat alles wordt voorgelezen. We hadden een gesprek met medeoprichter Dirk
Terryn

Lees het hier: De Bond – Artikel Lezerscollectief

Jan Lauwereyns is peter van Het Lezerscollectief

Foto van Jan lauwereyns

Jan Lauwereyns is neurowetenschapper en dichter. Hij woont en werkt in Japan. 
Als peter van het Lezerscollectief volgt hij wat we doen vooral via mail. Op 25 maart 
2014 schreef hij ons de volgende woorden: 


ik wens je veel succes met dit project, en wil maar even zeggen dat ik het een geweldig initiatief vind, op het scherp van de snee, waar kunst en wetenschap elkaar kunnen aansteken tot vooruit en verder, anders en/of beter — vanuit het inzicht dat de creativiteit geen inrichtingsverkeer is, maar een wisselwerking tussen lezer en schrijver, waarbij elke lezer een schrijver is, en andersom. Het inzicht is niet nieuw, in academia speelt men er al 40 jaar mee, maar het bleef totnogtoe een abstract (ik zou bijna zelfs zeggen een ‘dood’) idee. De tijd (gesterkt door haar sociale media) is eindelijk rijp om het naar de voorgrond te halen: wie leest, die leeft. Lezen (en per uitbreiding elke vorm van betekenis zien, begrijpen, zingeven) is bewustzijn op haar best, par excellence, met volle intensiteit. Enfin, ik kan het ook makkelijk in negatieve vorm zetten: wie niet leest, is zot. (Helaas zijn er veel zotten.) (Misschien heeft onze tijd ook een Erasmus nodig, om een nieuwe Lof der Zotheid te schrijven, een prachtige ironische hulde aan het leven zonder lezen.

Maud Vanhauwaert is meter van het Lezerscollectief

Screenshot van video

Maud Vanhauwaert is meter van het Lezerscollectief. 
In de aanloop van de lancering op 25 maart 2014 
kreeg ze bericht dat ze finalist bij het Leids Cabaret Festival was geworden. 
Samen met Tim Fransen en Bart Melief trok ze op tournee door Nederland. 
Op onze avond was ze op een bijzondere manier aanwezig… 

De Kluizerij

Afbeelding van de kluizerij

De Kluizerij, gelegen in de vruchtbare vallei tussen Aalst en Affligem, is een oase van rust en stilte, een herbronningsplek zonder weerga. Omgeven door 12 hectaren groen, is dit domein een zeer aantrekkelijke omgeving om tot rust én op verhaal te komen. Met Het Lezerscollectief horen daar ook goede boeken bij en een fijn netwerk van leesbegeleiders en vennoten.

In Gent zet Vormingsplus samen met Het Lezerscollectief in op een leesrevolutie

Leesgroepen in gent promoafbeelding

Door Eva Rousselle- 

In de regio Gent lezen (of lazen) we samen in de gevangenis, in psychiatrisch centrum Guislain, in de Zuidpoort (vereniging waar armen het woord nemen) en in de Bloemekenswijk (met moeders). Ondertussen worden in de Machariuswijk via verschillende organisaties (Buren van de Abdij, De Sloep, Muzikantenhuis, Beweging voor Mensenmet Laag Inkomen en Kinderen) mensen toegeleid om
samen een groepje te starten. Ook psychiatrisch centrum Caritas, verschillende dienstencentra voor senioren, de pedagogische begeleidingsdienst, Huis van het Nederlands, Christoforusgemeenschap Merelbeke, Huis van het Kind Eeklo, buurtcentrum de Kring
Eeklo… tonen een sterke interesse voor het initiatief. Dit voorjaar en komend najaar worden er proefmomenten opgezet, om vanaf het najaar en in 2015 volop metnieuwe groepen aan de slag teaan.

Hoe mooi is dat als mensen geloven dat sterke verhalen en pakkende gedichten mensen krachtiger maken; in hun spreken en denken, in hun samenzijn en verbeelding. En hoeveel mooier is het als je zoiets ziet gebeuren, bij individuen, maar ook tussen mensen.

Van januari tot eind maart las ik wekelijks in de gevangenis van Gent. Een tiental gedetineerden, mannen én vrouwen. Ze verwachtten een “les”, die eerste keer. Over literatuur en poëzie. Verrassend vonden ze het, hoe we gewoon aan het lezen en praten gingen. Ik had twee teksten bij die Frederik Janssens me had toegeschoven: “Hoe ik op een ochtend mijn 100 procent perfecte meisjetegenkwam”, een kortverhaal van Murakami en een mooi liefdesgedicht van Poesjkin.

De week daarop kwam G. meenthousiast vertellen dat hij het leuk had gevonden, maar aarzelend stelde hij de vraag wat nu eigenlijk de bedoeling was. “Dat wat je net zei, antwoordde ik; dat je het leuk vindt om samen te lezen.” Die keer lazen we “De Weddenschap” van Tsjechov, een verhaal dat The Reader Organisation ook gebruikt in haar opleidingen. Ik had getwijfeld om het hen voor de voeten te werpen; het gaat over vrijheid en gevangenschap, over een weddenschap die verrassend afloopt en over hoe je een leven in gevangenschap vorm kunt geven. Mijn angst of hetniet te confronterend zou zijn, bleek ongegrond. Het verhaal zat heel dicht op hun huid, dat wel, maar dat vonden ze net heerlijk. N. zuchtte tijdens het lezen van medeleven, D. werd vuurrood van verontwaardiging. De gesprekken barstten los: over wat waardevol is in je leven, over wat zij zelf doen om te overleven in de gevangenis, over verwachtingen en hoop. “Dit is echt waar wij mee zitten!”, riep G. verontschuldigend uit toen het gesprek verhit raakte. Ik was ontroerd dat hij zich excuseerde voor zijn geestdrift. Hoe hij zich niet langer afvroeg wat de bedoeling was van deze bijeenkomsten met literatuur en poëzie, maar werd meegesleept door een verhaal en de vragen die het bij hem losmaakte.

Dat ik geen les zou geven, was ondertussen al lang duidelijk geworden. De weken erna groeiden we naar elkaar toe. Steeds meer lieten ze zichzelf zien, stelden zich vragen, vertelden over hun misdaden en het gevangenisleven en uitten ze hun twijfels en zorgen. Het was een prachtig compliment toen ze me de laatste bijeenkomst vertelden dat het lezen en de gesprekken hen lucht

gaven, hoe die hen ook rust brachten in een wereld waar je steeds hard en op je hoede moet zijn.

Helemaal anders, maar even ontroerend, zijn de leesbijeenkomsten in de Zuidpoort, een vereniging waar armen het woord nemen. Sinds december lezen Sieglinde Vanhaezebrouck en ik er tweewekelijks. Steeds is het afwachten wie er deel zal nemen en hoe het verhaal zal worden onthaald. De deelnemers aarzelen en zoeken meer. De stiltes tijdens onze gesprekken zijn legio. Maar dat doet goed; die traagte van het lezen en denken, de tijd die genomen wordt om te zoeken wat je bij een gedicht voelt en ziet… J., een oudere heer met zachte ogen, is er steevast bij. “Dit doet mijn hoofd goed, houdt mijn denken scherp”, antwoordt hij als ik vraag wat hem trekt in dit samen lezen. Ook L. en P. zijn vaste lezers. Althans: tijdens onze bijeenkomsten. “Lees je daarnaast ook regelmatig?” vroeg een journaliste die ooit mee kwam naar ons leesgroepje. “Nooit!” repliceerde L. stellig. Maar tweewekelijks zitten we daar samen en lezen: bij de gaskachel in het killig lokaaltje tijdens de wintermaanden, onder de bomen in de tuin op lentedagen. We lazen Luigi Pirandello, Arthur Japin, Roald Dahl, Simon Carmiggelt, Ilja Leonard Pfeijffer, Bart Moeyaert, Annelies Verbeke, Aidan voorzijn geestdrift. Hoe hij zich niet langer afvroeg wat de bedoeling was van deze bijeenkomsten met literatuur en poëzie, maar werd meegesleept door een verhaal en de vragen die het bij hem losmaakte.

Dat ik geen les zou geven, was ondertussen al lang duidelijk geworden. De weken erna groeiden we naar elkaar toe. Steeds meer lieten ze zichzelf zien, stelden zich vragen, vertelden over hun misdaden en het gevangenisleven en uitten ze hun twijfels en zorgen. Het was een prachtig compliment toen ze me de laatste bijeenkomst vertelden dat hetlezen en de gesprekken hen lucht gaven, hoe die hen ook rust brachten in een wereld waar je steeds hard en op je hoede moet zijn.

Helemaal anders, maar even ontroerend, zijn de leesbijeenkomsten in de Zuidpoort, een vereniging waar armen het woord nemen. Sinds december lezen Sieglinde Vanhaezebrouck en ik er tweewekelijks. Steeds is het afwachten wie er deel zal nemen en hoe het verhaal zal worden onthaald. De deelnemers aarzelen en zoeken meer. De stiltes tijdens onze gesprekken zijn legio. Maar dat doet goed; die traagte van het lezen en denken, de tijd die genomen wordt om te zoeken wat je bij een gedicht voelt en ziet… J., een oudere heer met zachte ogen, is er steevast bij. “Dit doet mijn hoofd goed, houdt mijn denken scherp”, antwoordt hij als ik vraag wat hem trekt in dit samen lezen. Ook L. en P. zijn vaste lezers. Althans: tijdens onze bijeenkomsten. “Lees je daarnaast ook regelmatig?” vroeg een journaliste die ooit mee kwam naar ons leesgroepje. “Nooit!” repliceerde L. stellig. Maar tweewekelijks zitten we daar samen en lezen: bij de gaskachel in het killig lokaaltje tijdens de wintermaanden, onder de bomen in de tuin op lentedagen. We lazen Luigi Pirandello, Arthur Japin, Roald Dahl, Simon Carmiggelt, Ilja Leonard Pfeijffer, Bart Moeyaert, Annelies Verbeke, Aidan Chambers, Tjitske Jansen, Peter Handke, Herman de Coninck, Sylvia Marie en ik kan nog wel een tijdje doorgaan… En Sieglinde en ik bereiden goed onze vragen voor, want we weten dat dat bij deze groep echt broodnodig is. We moeten als het ware een deur openhouden om de tekst binnen te stappen: “Wat zie je voor je?”, “Wat voor iemand is deze persoon?”, “Kun je dat voorstellen, je denken verliezen? Wat gebeurt er dan bij je?”, “Welke sfeer roept dit bij je op?”, enzovoort. Steeds duiken we daarbij weer de tekst in, zoekend naar beelden en woorden die ze aangrijpen om hun overtuiging te demonstreren. En we herlezen zinnen, laten mensen reageren, zoeken samen. Ik merk dat het de mensen steeds gemakkelijker afgaat; om een impressie te geven bij een gedicht, bijvoorbeeld, ook al weten ze niet meteen waar het dan over gaat. Ze begrijpen ondertussen dat we samen uitzoeken waar het voor ONS over gaat.

We lezen nu een dik half jaar in deze groep en ik merk de verandering. De eerste sessie was ronduit schokkend: zowel voor hen als voor Sieglinde. Zij wisten bij god nietwat ze met een gedicht aan moesten, hadden geen enkel gevoel dat ze daar iets mee zouden kunnen. Sieglinde was verbouwereerd dat mensen zich niets konden voorstellen bij een open raam, dedag die begint en de gedachte dat je die dag iets nieuws zou kunnen starten. Ondertussen lezen we minstens tweewekelijks, zijn de mensen vertrouwd met poëzie en hebben ze meer vertrouwen in hun eigen spreken erover. Telkens komen er nieuwsgierigen bij en telkens opnieuw zoeken we naar manieren om dat raam op te zetten, de lucht van nieuwe woorden op te snuiven en daar oude herinneringen of broze gevoelens aan te verbinden.

Voor mij zijn het gestolen namiddagen, momenten en plekken waar je kunt stilstaan bij wat essentieel is.

[row]
[column lg=”4″ md=”4″ sm=”4″ xs=”12″ ]
Poëziecentrum,
[/column]
[column lg=”4″ md=”4″ sm=”4″ xs=”12″ ]
Bibliotheek Gent,
[/column]
[column lg=”4″ md=”4″ sm=”4″ xs=”12″ ]
Dienst Cultuurparticipatie GENT
[/column]
[/row]

      

BOEKENTIP: Politieke emoties – martha nussbaum

Voorbeeld van het boek van Martha Nussbaum
Cobra.be 29/05/2014 

Emoties in de politiek moeten niet worden bestreden, wel integendeel. Politieke ‘liefde’ gaat veel verder dan het koude, matte ‘respect’, vindt Nussbaum. Na de bitse campagne en de moeder van alle verkiezingen is dit brede, boeiende lectuur, ook voor onderhandelaars.

Figaro

 

Voorbeeld van het boek van Martha Nussbaum
Voorbeeld van het boek van Martha Nussbaum

“Deze dag van kwelling, van idioterie, van dwaasheid – alleen liefde kan hem doen eindigen in tevredenheid en vreugde”. Dit citaat uit Le Nozze di Figaro van Mozart is het motto van dit boek, en Martha Nussbaum wijdt er zelfs een heel hoofdstuk aan. De leading lady van de politieke filosofie van dit moment gebruikt het voorbeeld om een lans te breken voor het belang van politieke emoties. Een gevaarlijk woord? Welnee, in tegendeel, betoogt Nussbaum. 

Le Nozze di Figaro (en het gelijknamig toneelstuk van Beaumarchais) markeert het einde van het Ancien Régime en is een voorbode van de Franse Revolutie. “De nieuwe orde kan niet stabiel zijn zonder revolutionaire veranderingen in het menselijk hart, met inbegrip van de aanvaarding van nieuwe normen voor mannelijke en vrouwelijke genderrollen”.

Een alternatieve religie

De Franse Revolutie was een cesuur en stelde de nieuwe samenleving en haar machthebbers meteen voor een groot vraagstuk: “Omdat elke succesvolle natie offers moet kunnen vragen voor het algemeen belang, moest bedacht worden hoe je de burgers zonder dwang van de kant van de vorst offervaardig kon maken.” Wat zorgt voor die verbondenheid met de natie, of in de historisch passende terminologie, broederlijkheid? Juist, emoties. Een aantal denkers heeft geprobeerd om die op te wekken middels een nieuwe, burgerlijke religie. Maar dat kwam over als opnieuw te dwingend.

Volksliederen

Martha Nussbaum haalt voorbeelden aan die de menselijke vrijheid niet beknotten, bijvoorbeeld het werk van de begeesterende Indiase auteur, pedagoog, componist, choreograaf, schilder, filosoof, politiek activist en Nobelprijswinnaar RabindranathTagore, die een baanbrekende school stichtte, afstand nam van verstikkende tradities maar het kind niet met het badwater weggooide, en met name oog had voor de creatieve kracht van vrouwen. Tagore schreef de tekst van de volksliederen van twéé landen: India en Bangladesh. Dat van India, ‘Jana Gana Mana’, doet wat denken aan de beroemde rede van Martin Luther King, met mooie natuurbeschrijvingen, opsommingen en herhalingen. Maar tot op de dag van vandaag eisen radicale extreemrechtse hindoes in India een ander volkslied. Tagore is trouwens ook een protagonist in ‘Op de ruïnes van een wereldrijk’ van Pankaj Mishra, genomineerd voor de Groene Watermanprijs dit jaar, een uitstekende geschiedenisles vanuit oosterse ogen.

Liederen, vlaggen, monumenten, politieke redevoeringen zijn allemaal dragers van politieke emoties. Maar ook inspanningen op het gebied van ruimtelijke ordening. Openbare parken, waar mensen van alle slag komen of herdenkingsmonumenten die toelaten dat mensen stilstaan en nadenken. Of zelfs leesclubs waar burgers praten over verschillende standpunten. In het Verenigd Koninkrijk is de Reader Organization actief en in Vlaanderen Het Lezerscollectief. Beiden brengen ze mensen kracht en weerbaarheid bij door samen te lezen. Van Nussbaum leer ik dat zoiets ook de democratie ten goede komt. Lezen is goed voor àlles.

Positieve emoties

Portret van Martha Nussbaum
Martha Nussbaum

Maar wat is de functie van emoties in de politiek? Ten eerste betrokkenheid creëren bij projecten die inspanningen vereisen (van herverdeling tot milieu en defensie). Ten tweede de krachten bedwingen die overal op de loer liggen en bedoeld zijn om het kwetsbare zelf (van individu én natie) te beschermen door zich af te zetten tegen anderen. Die krachten zijn angst, afkeer, vernedering, afgunst, schaamte … en ze kunnen niet alleen mensen, maar ook een politiek bestel te gronde richten. Zelfs een vaak gebruikt en gedevalueerd politiek begrip als ‘respect’ is voor de auteur niet voldoende. Het “zal nooit alle burgers als gelijken kunnen omvatten als het niet gevoed wordt door verbeeldingsvolle betrokkenheid bij het leven van anderen en het besef van hun volledige, gelijke menselijkheid”.

Emoties opwekken en sturen, dat klinkt dirigistisch. Denk aan de Amerikaanse president Bush die de ‘hearts and minds’ van de Iraakse bevolking wou winnen, nou, dat is niet bepaald gelukt. Paternalisme is nu net wat Nussbaum niet wil. Er moet plaats zijn voor een kritische politieke cultuur, voor tegenspraak, zelfrelativering en humor, zonder de fundamentele gehechtheid (liefde) voor de samenleving aan te tasten. De auteur toont overtuigend het verschil aan tussen intolerant patriottisme en de positieve variant ervan, waarbij ze King en Gandhi citeert.

Emoties zijn altijd gevaarlijk”? Die mening is Nussbaum niet toegedaan, en haar boek is een bewijs van het tegendeel. “Helaas zijn de mensen geneigd te vergeten dat voor politieke gelijkheid méér nodig is dan goede wetgeving en een goed beleid. Vaak is minstens zo’n grote rol toebedeeld aan de huizen waarin de mensen wonen, de straten waarover ze lopen, de manier waarop het licht op het gezicht van de ander valt, en een glimp van de groene ruimte die wenkt aan het eind van de straat”. Dat alles noemt ze een “emotioneel klimaat”.

Het streven naar een ‘fatsoenlijke’, menselijke samenleving is het stokpaardje in het oeuvre van Nussbaum (°1947, New York) . Daarbij vraagt ze niet enkel aandacht voor gelijke kansen, maar ook voor gelijke vermogens en vaardigheden (capabilities). Haar werk is doordrenkt van een optimistisch realisme, een welkom tegengif tegen al wie cynisch doet over politiek.

Liefde voor Vlaanderen, België, Europa?

Er zit veel kunst en cultuur in dit boek. Mozart dus, maar ook poëzie van Walt Whitman, Rabindranath Tagore, romanfragmenten, de publieke kunst van Anish Kapoor in Chicago (zijn spiegelsculptuur Cloud Gate in Chicago staat op de cover). De vele voorbeelden leveren een leesbaar, begrijpelijk en didactisch werk op, met veel herhalingen. Nussbaum beperkt zich wel tot de politieke cultuur van de VS en die van India (ze was de partner van de Indiase Nobelprijswinnaar economie Amartya Sen).

Het ware interessant om haar ideeën te vertalen naar de Europese, Belgische, Vlaamse praktijk. Ook daar stelt zich het levensgrote probleem van identificatie met een groter geheel – of in tegendeel, het gebrék aan identificatie, emotie, politieke ‘liefde’. Werk aan de winkel voor politologen.

Kristien Bonneure

 [Politieke emoties. Waarom een rechtvaardige samenleving niet zonder liefde kan van Martha Nussbaum is uitgegeven bij Ambo, Amsterdam, 2014, 430 p]

De launch van de Lezerscollectief website!

Eerste fase is klaar: veel info over een jong initiatief.

Wie nu lezerscollectief.be intikt, ziet geen teller meer: de nieuwe website is een feit. Met de vraag Klaar voor een leesrevolutie? neemt Het Lezerscollectief je mee in een vat vol mogelijkheden en manieren om mee te werken of te steunen. De tekening van Sabien Clement suggereert in haar illustratie vooral de warmte  en de gezelligheid om je bij dit initiatief aan te sluiten. Heerlijk bij een kopje koffie op verhaal komen, voetje baden in een boek, rust en steun vinden… voor jezelf maar ook samen met de ander. 

Felix Rijkers, ontwikkelaar van de website: 

Het is voor mij een eer en plezier geweest om de website voor Het Lezerscollectief te hebben kunnen ontwikkelen. We zijn ondertussen overgegaan naar de tweede fase in het ontwikkelingsproject nl. het ontwikkelen van het Lezerscollectief portaal. Het doel van dit project is de samenwerking tussen alle leden van Het Lezerscollectief te optimaliseren!

Op 27 september 2014, op de eerste netwerkdag van Het Lezerscollectief, stellen we de website ook voor aan de leesbegeleiders. Het tweede werf bevat ook een handig instrument om alle leesmomenten ye monitoren.